P. Venema

Als webmaster zal ik voor dit onderdeel de spits afbijten.

Begin jaren 70 ben ik via mijn oom Tinus Venema (mede oprichter van deze vogelvereniging) besmet geraakt met het vogelvirus. Al snel werd er in de tuin tegen een schuur een kleine en eenvoudige volière gebouwd. Geheel voorzien van gaas en zonder nachthok. Bij winterdag werd de gehele volière ingepakt met plastiek om de vogels toch iets tegen de kou te kunnen beschermen.

Net als menig vogelliefhebber ben ik indertijd ook begonnen met het houden van kanaries, zebravinkjes en grasparkietjes. In de loop van de jaren hebben vele soorten vogels mijn hokken bevolkt. Op 1 januari 1977 heb ik mij als lid aangemeld bij de vogelvereniging Gieten. In 1989 ben ik penningmeester geworden van de vereniging, een functie die ik nog steeds met veel plezier uitvoer. 

Na een verhuizing moest er weer een nieuw hok gebouwd worden. Een oud kippenhok werd door mijn opa verbouwd tot vogelhok en deze keer werd alles d.m.v. isolatieplaten afgewerkt. Niet wetende dat de parkieten hier geen enkel probleem mee hadden en na een paar dagen de isolatie platen al zo ver hadden gesloopt dat ze de vleugels konden nemen. Dus samen met opa snel de zaak maar weer aangepast.  
Door het steeds veranderen van soorten werd mijn "hok" zoals ik het in die jaren noemde, nog al eens verbouwd.  Zo heb ik o.a. kanaries, zebravinken, valkparkieten, roodruggen, diverse soorten prachtrosella's, agapornissen, eleganten, splendids en grasparkieten gehad. De kweekresultaten waren in die tijd sterk wisselend.   

In de loop van de jaren werd de interesse in het houden en kweken van (Australische) Prachtvinken steeds groter waarbij naast de Diamantvink de Gouldamadine mijn grote favoriet was. Maar in die tijd werd er steeds gezegd dat Gouldamadine alleen goed verwarmd gehouden konden worden en dat was mijn hok indertijd niet. Dus voor mij toen helaas (nog) geen Gouldamadines.

Nadat ik in 1987 een eigen woning kreeg was er op de zolder snel een ruimte afgetimmerd waar ik dus (eindelijk)Gouldamadines kon houden.  Er is een tijd geweest dat ik mij alleen bezig hield met het kweken van Gouldamadines. In die tijd ben ik ook lid geworden van de Speciaalclub van natuurbroed Gouldamadines.  Wat voor mij een must was dat ik alleen natuurbroed wilde kweken, met pleegouders heb ik dan ook nooit gekweekt. 
In de tuin werd een buitenvolière gebouwd waarin naast de diverse prachtvinken  ook een koppeltje Mozambiquesijsjes gehuisvest zijn. De buitenvolière is voorzien van een tochtvrij nachthok en ook de Gouldamadines bewonen het gehele jaar de  buitenvolière, dus ook in de winter.
Voor de volière heb ik later een vijver gegraven met daarin diverse goudvissen en een enkele koi-karpers. 

De laatste jaren heb ik naast de Gouldamadines ook weer andere soorten prachtvinken zoals o.a. Papegaai-Amadines, (roodkop, driekleuren en de forbus), zebravinken en ceresamadines aangeschaft en sinds kort heb ik ook enkele koppels Emblema Picta's en Dornastrildes. Ook heb ik enkele koppels mozambiquesijsjes, dit mede van de geweldige zang.



De volière in de tuin

  
Twee jonge Mozambiquesijsjes

De serieuze kweek vindt plaats op de zolder. Hier heb ik een gedeelte afgetimmerd waarin naast diverse kweekkooien ook enkele vluchten zich bevinden. Deze ruimte is voorzien van verwarming en koud en warm stromend water.

De oude situatie:

                

In de zomer van 2007 heb ik de gehele ruimte op de vliering verbouwd en met ongeveer 7 m2 uitgebreid. Ik heb hierdoor ook twee vrij grote vluchten kunnen realiseren. De broedkooien waren ondertussen al een jaar of 15 oud en aan vervanging toe.
Na een afweging heb ik een keuze gemaakt voor GeHu broedkooien. Totaal heb ik 25 broedkooien van 40x40x60 cm tot mijn beschikking. D.m.v. het verwijderen van de tussenschotjes kan ik eenvoudig kooien van 40x40x120 cm maken.
De ruimte is nog steeds voorzien van warm en koud water. Middels centrale verwarming kan ik het hok eventueel verwarmen maar de temperatuur is zonder verwarming vrij constant op een graad op 19-20 te houden, wat ik een ideale temperatuur vindt.
Ook is de ruimte voorzien van een centraal afzuigsysteem.
Daglicht komt via twee grote kunststof dakramen binnen. De TL verlichting is geheel hoog frequent uitgevoerd en wordt d.m.v. schakelklokken geregeld. De ruimte is voorzien van noodverlichting, hierdoor wordt voorkomen dat bij stroomuitval de ruimte plotseling donker wordt, de vogels kunnen d.m.v. de noodverlichting de nesten alsnog vinden. Tijdens de nachtelijke uren branden er constant twee ledlampjes.

De nieuwe situatie:

               

              

              

 Terug